Rugzak staat naast me in de trein. Ik ben weer op pad. De komende tijd vooral dagtochten vanaf huis naar de kust. Vandaag staat de eerste etappe op de planning van Bad Nieuweschans naar Delfzijl. De leegte van het Groninger Hogeland als hulpmiddel om de leegte in mijzelf weer gevuld te voelen. 

Zondag 14 mei is mijn moeder op 91 jarige leeftijd overleden. De 41ste en laatste rit in de ambulance hebben we samen gemaakt in de omgekeerde volgorde van het UMCG naar de Eiberhof op dinsdag 9 mei. De keuze om naar huis te gaan, om niet meer verder te willen leven, niet nog een poging tot revalidatie is de keuze van mijn moeder geweest na een week lang ontluisterend ongecontroleerd bewogen te hebben met haar benen en arm. Van zich af schoppen en slaand, weinig controle, nauwelijks in staat tot een gesprek.

Het voelde als een goede beslissing. Tijd om los te laten. Het was natuurlijk wel moeilijk om in te voelen in hoeverre het bepaald werd door mijn eigen gevoel van “ik kan niet meer…” in combinatie met het gevoel van Ginnie, haar steun en toeverlaat de laatste jaren, die ook niet meer kon qua gezondheid, geduld en moed. 

De terugkomende voorjaarsdepressie was erger en heviger dan voorgaande jaren. De zin van het leven vinden als je 90 bent, in niets of in ieder geval weinig kunnen doen, maar puur in zijn. Aanwezig zijn, erbij zijn, alleen zijn, samen zijn. Puur zijn zonder doen. Het voelde niet goed voor mijn moeder. Te weinig nut, te veel belasting voor anderen, het moeilijke om te vragen om hulp. Zinloos leven. Bestaat het? Is het alleen onze eigen beleving? Hoe we er in staan? Hoe we zinvol of zinloos typeren?

Nu alles geregeld, georganiseerd, gestructureerd is voelt het voor mij ook zinloos aan. Waar gaat het om in mijn leven? Zorgen voor: man, kinderen, moeder, cursisten, kerkgangers, zieke vrienden. Wederom wassen, strijken, schoonmaken, kerk netjes inrichten, gastvrij zijn, zorgzaam de energie neerzetten waarin men kan samen zijn, iedereen zijn of haar ding kan doen. Wie zet er koffie? Wanneer doet wie wat? Het lijkt zo nuttig, maar is tegelijkertijd een terugkomende energie en tijdvreter.

Het is maar zo kort zei mijn moeder over haar 91 jaar op aarde. Zo kort, zoveel om van te genieten, zoveel te doen, zoveel te zien, zoveel te zeggen… Hoe zinvol is het? Waarom doen we het? Keer op keer, steeds weer opnieuw. Nu ga ik dus express iets heel zinloos doen in de hoop de zin van alles weer te vinden. Wandelend door de leegte van het Groninger land. Rechte routes langs het kanaal, over een dijk, de rand van Nederland verkennend. Is het de hoop om over de rand van het bestaan te kunnen kijken? Is het gewoon prachtige natuur? Is het de hoogste hoogte die ik in de buurt kan vinden? De beste vervanging voor een bergtop?

Bergtoppen staan voor mij voor het ervaren van stilte, van de nietigheid van het bestaan. Voor de plek waar ik de grootsheid, de wijsheid van het leven kan ervaren. De verbondenheid met alles en weer wetend dat in verbondenheid ik het beste voor het geheel zorg. Mildheid en minder hard oordeel naar mijzelf is waar mijn psychisch begeleider om vraagt. Het verschil te voelen tussen belang en waarde. Waar zit er een belang in de weg? Waar voel ik de waarde van? Mildheid naar mijzelf begint met de lachwekkend zware rugzak voor een dagtochtje en de verbrande schouders van mijn strandmomentje gisteren. Mildheid ook naar mijn voeten, waarbij mijn linkervoet brandt en pijnlijk is. Gaat ze 20 km of zelfs 40 km lopen?

De meditatie tekst voor vandaag vraagt of ik iedere prestatiedruk achterwege kan laten. Om me te ontspannen in de vredige nabijheid van Gods aanwezigheid. Om me vrij te voelen om helemaal mijzelf te zijn. Het roept natuurlijk de vraag op wie ik überhaupt ben. Wie ben ik? De dochter van mijn moeder? Een liefdevolle zorgzame dochter of het kreng dat altijd overal een tegenwoord op had? Ben ik een leuke moeder met prachtige dochters of ben ik een kreng die overal wat van vind en waar het altijd beter van moet? Ben ik een liefdevolle echtgenote van Michiel of profiteer ik van zijn harde werken en ben ik ook daar te veeleisend? Hoe hoog ligt de lat? Wanneer is het goed? Wanneer is er tevreden genieten? Wanneer heeft het leven zin en inhoud?

Lopend in de leegte begint langzaam de her-innering terug te komen dat God liefde is, dat onze wezenskern liefde is en dat we met alles en iedereen verbonden zijn zoals de cellen in een lichaam. Heelheid en eenheid zijn natuurlijk mooie concepten, die pas gaan werken als je het ook daadwerkelijk ervaart.  

 

Onderweg kom ik een prachtig bordje tegen met daarop de woorden dijkbewustzijn, polderbewustzijn en vervloeiingsbewustzijn. Geweldige manier om op oer-Hollandse wijze spiritueel bezig te zijn. Waar zetten we dijken neer in ons leven om ons te beschermen tegen de zee, de woeste allesvernietigende oerkracht? Dijken als bescherming tegen het onbekende, dijken om onze huis en haard veilig te stellen. Polders om nieuw gebied te ontginnen, om iets eigen te maken wat je voorheen nog niet had. Het in cultuur brengen van een stukje van de oerzee. Vervolgens toch ook rekening houden met ruimte om te vervloeien, het water mag soms overstromen, samen gaan met het land. Hoe fijn is het soms om met een ander te vervloeien, hoe vruchtbaar kan dat zijn. Vervloeien geeft ruimte voor creativiteit en het ontstaan van iets nieuws. Gevaar is natuurlijk dat je er ook in kunt verdwijnen en dat het niet vruchtbaar is.

Het looptempo is niet hoog vandaag. Ik mijmer. Ik geniet van de vlinders. Zie de reiger het kanaal oversteken en bedenk dat als ie niet bewogen had ik hem nooit gezien zou hebben. Bewegen, jezelf durven laten zien, het brede water oversteken in vertrouwen dat je de overkant bereikt en daar ook een plekje is om te landen. Vogels zijn er vooral in de buurt van de bomen. Als ik echt langs de velden van de graanrepubliek wandel is er geen vogelgezang. Op de dijk langs de Dollard tref ik weer heel andere vogels aan: spreeuwen in grote groepen. Zwaluwen die me uiteindelijk waarschuwen dat er ook hier regen en onweer komt als ze laag over de grond scheren. Heel apart is een vogel die eindeloos lang hoog boven mij krijsend rondjes vliegt. Soortgenoten alarmeert en op een gegeven moment cirkelen ze met z’n zessen hoog boven mij. Tot dat ik hun territorium verlaat en zij weer hun eigen ding gaan doen.

Het is warm, benauwd en zelfs de Groningse windmolens zijn niet in beweging. Stil staan ze in het gelid. Soms draait er eentje heel langzaam een stukje. De formaties veranderen terwijl ik dichterbij kom, voorbij ga of met de dijk een onverwachtse wending maak waardoor er weer andere windmolens in het vizier komen. Ze staan er in ieder geval in grote getale, oer-Hollands te zijn. Een bron van inkomsten, een bron van verantwoorde energie. Het boek dat ik vandaag bij me heb begint met een citaat over de Wind. Een grote grap op een zeldzame windloze dag in Groningen. Wind is voor mij een aanraking van God. Een streling door mijn haar, een duwtje in de rug of iets om tegen in te gaan. Veel wind kan me nerveus en onrustig maken. Een briesje is verkoelend en zacht. Geen wind voelt als het inhouden van mijn adem: zo meteen gaat er wat gebeuren!

Gaat er wat gebeuren? Want ondanks geen wind veranderen de wolken formaties. Buienradar blijft zeggen geen neerslag, geen onweer, maar de wolken vertellen een ander verhaal. Heel in de verte gerommel. Hier en daar een flits. De benauwdheid lijkt een hoogtepunt te bereiken als ik wederom om een hele lege plek sta.

Ga ik Delfzijl nog wel bereiken vandaag? Het langzame tempo op de dijk tussen de schapen door, over hekjes heen. Uitzicht op de Dollard en de Eems aan de ene kant, uitzicht op de eindeloze velden aan de andere kant. Bij een zeldzaam plekje in de schaduw, het Ambrosius bosje, reken ik uit dat het nog 22 km te gaan is, om half 6. In dit tempo betekent dat half 1 vannacht Delfzijl!!! 

Geweldig om te voelen hoe angst, gedachten, plannen maken in mijn hoofd, dan de overhand nemen. Ken dit gevoel natuurlijk van mijn lange tocht en loop dus tegelijkertijd mijzelf wat uit te lachen. Moet je zien wat je doet in je hoofd… Helemaal uit het hier en nu is Tom Poes een plan aan het verzinnen. Opties genoeg natuurlijk. Naar een boerderij lopen. Een B&B boeken in Termunte, een taxi bellen, liften, een Belbus regelen of toch de ultieme kom-me-redden oplossing. Michiel als backup die een uur door het Groninger land moet scheuren om zijn vrouwtje van een dijk te komen redden. De uiteindelijke verstandige keuze is om het tempo te verhogen door op het fietspad naast de dijk te lopen. Het tempo gaat ook omhoog door geen leespauzes meer te nemen of wat te gaan zitten niksen om in alle stilte van de ruimte en rust te genieten. Het is hier zo stil en leeg dat ik echt al mijn zintuigen kan openzetten om alles volledig in mij op te nemen en er deel van te worden.

Om kwart over 8 ben ik in Termunte. Een dik uur sneller dan mijn schildpad tempo me had doen geloven. Nu is het nog 9,6 km naar Delfzijl. Wat te doen? Ik twijfel ondanks de laag scherende zwaluwen. Toch meer geloof in buienradar dan in mijn eigen waarneming? Besluit toch de bushalte op te zoeken. De eerste dikke druppels vallen. Bereik het bushokje net op tijd voordat de regen in alle hevigheid losbarst. Zit ik droog, bel de buslijn. Waar ik een zeer verbaasde mijnheer meld dat ik in alle rust bereid ben om een uur te wachten. Hoe vaak heb ik onderweg naar Rome niet zitten wachten? Overgave, berusting, het beste er van maken. Mmmm, dat is ook een UMCG-spoedeisende-hulp gedragswijze. Ergens weet dit ongedurige wicht dus geduld en rust op te brengen. Kleed me lekker warm aan, eet mijn laatste kaas en rijstwafel en lees in mijn boek over hoe we allemaal liefde zijn.

De trein van 22.00 uur brengt me naar Groningen waar mijn held in zijn blauwe Ford Mondeo komt aan sjeesen met een chocolade milkshake als feestelijk einde van deze expeditie.

Deel mijn verhaal:

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.