Nu ik in het gastenverblijf ben aangekomen van de abdij in Egmond-Binnen is het logisch dat er een vervolg komt op het verhaal van gisteren. Juist door te uiten, door te benoemen, er lucht aan te geven ontstaat er ruimte voor iets nieuws. Dit houd ik mijn cursisten nu al jaren lang voor: deel over je ervaring, schrijf op wat je waarneemt, benoem het, stel het aan het daglicht bloot en zie hoe er dan iets onverwachts nieuws uit kan voortkomen. 

Delen en uiten is iets anders dan klagen. Klagen levert iets op! Aandacht, belangstelling, bevestiging en is daarom iets waar we belang bij hebben. Delen, uiten, is gericht op verbondenheid met de ander en wellicht nog meer met jezelf. Zo geldt dat althans voor mij. Als ik deel over mijn ervaring, luister ik tegelijkertijd naar mijzelf, hoor hoe ik het omschrijf, tot welke woordkeuze ik besluit en ook wat ik weglaat in het verhaal en waar ik juist de nadruk op leg.

Ook met het verhaal over alle ziekenhuisopnames: welke vertel ik, wat laat ik achterwege en heb ik werkelijk door wat het met mij gedaan heeft en nog steeds doet. Het vertellen en tegelijkertijd luisteren bracht me naar het woord ‘geborgenheid’. Kijkend naar mijn eigen rol als moeder ben ik (mag ik hopen) de stabiele basis waar mijn/onze meiden kunnen bijtanken, even schuilen, even verzorgd en geborgen voelen. Toen ze klein waren beschreef ik mijzelf  wel eens als een tankstation, zodra de meiden weer bijgetankt waren gingen ze er weer vandoor, het leven verkennend en ontdekkend tot aan de volgende tankronde. Van jongsaf aan is mijn moeder voor een groot gedeelte een onzekere factor geweest: is ze er wel, is ze er niet, hoe lang is ze er nog, hoe blijft ze een deel van mijn leven of niet. Geborgenheid zat niet in het gevoel dat mijn moeder onsterfelijk, onaantastbaar was. Natuurlijk heeft ze op momenten dat ze niet ziek was wel gegeven wat ze in zich had. Door haar jeugd en de kampjaren miste ze in zichzelf echter een bodem waarop liefde kan terugveren, een bodem waardoor je je gevuld voelt en kunt overstromen. Ze leefde veel vanuit gemis en schaarste in plaats van gevuld en overvloed. Ondanks haar vele pogingen om er bij te komen. Ergens heb ik dus ook bij mijzelf een gat mogen vullen. Zoals Robbie Williams zo prachtig zingt: “I’ve got a hole in my soul and it is a real big place…”

Op zoek naar geborgenheid, op zoek naar een veilige haven, een rots om op te bouwen ben ik als 19 jarige het leven en de armen ingerold van Michiel. Echter hoeveel je ook geeft als het niet beklijft bij de ander, blijf je geven, blijf je verlangen naar meer… Dus zo was ik een bodemloze put voor Michiel, totdat ik door het beoefenen van yoga en meditatie een andere bron van geborgenheid begon te ervaren, een bron waaruit ik onuitputtelijk kan putten, me altijd gevuld kan voelen als ik me daarvoor open en ook juist veel te geven heb. Zo verandert een behoeftige relatie naar een relatie van gelijkwaardigheid, van samenzijn en verbondenheid. Zo ontstaat er vrijheid in een relatie, zonder een claim te leggen, of een eisenpakket wat de ander ter tafel dient te brengen.

Zo voel ik het ook in het lijden van Jezus. Hij ondergaat, onderwerpt zich er aan, en staat er tegelijkertijd boven en buiten als de toeschouwer die ter plekke kan vergeven. Niet het slachtoffer zijn van lijden, pijn, ziek zijn, maar er juist de vruchten van plukken door het als een opening te zien om liefde, genegenheid, zorgzaamheid en betrokkenheid te ervaren. Om geborgenheid te vinden in het samenzijn, in het delen van de last.

Ook vandaag vind ik bemoediging in de meditatietekst die Sarah Young heeft geschreven voor 20 juli: “Wees niet bang om anders te zijn dan anderen. De weg waartoe Ik je geroepen heb, is precies goed voor jou. Hoe nauwkeuriger je Mijn leiding volgt, hoe beter Ik jouw gaven kan ontwikkelen.” Mijn angst is dat iedereen het maar gek vind, al dat gezoek naar God van mij. De noodzaak die ik voel om te wandelen, om te mediteren, om door yoga voor mijn lichaam te zorgen, om met regelmaat de stilte van dit klooster op te zoeken. Het enige wat ik er over kan zeggen is dat het werkelijk voelt als een primaire levensbehoefte, als van levensbelang, om gezond te zijn, om gelukkig te zijn, om mijn weg door dit leven te vinden. De tekst van vandaag eindigt met de woorden dat juist hierdoor je de grootste bijdrage voor de wereld om je heen kunt zijn. Dat geloof ik echt, als je op een oprechte manier goed voor jezelf zorgt, je het meest voor de ander kunt betekenen omdat je niet meer leeft vanuit schaarste, behoeftes en belangen maar vanuit overvloed, vanuit vanzelfsprekende zorgzaamheid en echte waarden.

Anderen zullen gezegend worden wanneer jij dicht bij Mij bent,.omdat je dan helder kunt schijnen in deze donkere wereld.

Deel mijn verhaal:

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.